Dominique Meeùs
 Dernière modification le   
retour à la table des matièresà l’indexà la page élections

7.1. Propagande et dépenses autorisées — Toegestane propaganda en uitgaven

Vlaanderen Wallonie Bruxelles — Brussel Chambre — Kamer Europe — Europa
Sperperiode 1 : vier maanden voor de verkiezingen (wet van 19-5-1994 (gewest.), art. 4, § 1, art. 5, § 1) (wet van 4-7-1989, art. 4, § 1) (wet van 19-5-1994 (Eur.), art. 4, § 1, art. 5, § 1). Période réglementée : quatre mois avant les élections (loi du 19-5-1994 (rég.), art. 4, § 1er, art. 5, § 1er) (loi du 4-7-1989, art. 4, § 1er) (loi du 19-5-1994 (Eur.), art. 4, § 1er, art. 5, § 1er).
Geregeld uitgaven : alle verkiezingspropaganda van de partij en kandidaten in de sperperiode (wet van 19-5-1994 (rég.), art. 4, § 1) (wet van 4-7-1989, art. 4, § 1) (wet van 19-5-1994 (Eur.), art. 4, § 1). Dépenses réglementées : toute propagande électorale du parti et de ses candidats dans la période réglementée (loi du 19-5-1994 (rég.), art. 4, § 1er) (loi du 4-7-1989, art. 4, § 1er) (loi du 19-5-1994 (Eur.), art. 4, § 1er).
Gelden ook als uitgaven van de partij uitgaven van derden voor de partij, behalve als de partij afstand van maakt, volgens bepaalde regels : wet van 19-5-1994 (gewest.), art. 4, § 2, wet van 4-7-1989, art. 4, § 2, wet van 19-5-1994 (Eur.), art. 4, § 2. Sont comptées aussi comme dépenses du parti les dépenses de propagande en sa faveur par des tiers, à moins que le parti ne les récuse, dans des formes strictes : loi du 19-5-1994 (rég.), art. 4, § 2, loi du 4-7-1989, art. 4, § 2, loi du 19-5-1994 (Eur.), art. 4, § 2.
Gelden niet als uitgaven van de partij persoonlijke niet bezoldigde evenals het gebruik van een persoonlijk voertuig (wet van 19-5-1994 (gewest.), art. 4, § 3, 1o) (wet van 4-7-1989, art. 4, § 3, 1o) (wet van 19-5-1994 (Eur.), art. 4, § 3, 1o). Zie ook het vervolg van § 3. Ne comptent pas comme dépenses du parti des services personnels non rémunérés, y compris l’usage d’une voiture personnelle (loi du 19-5-1994 (rég.), art. 4, § 3, 1o) (loi du 4-7-1989, art. 4, § 3, 1o) (loi du 19-5-1994 (Eur.), art. 4, § 3, 1o). Lire aussi la suite du § 3.
Verboden propagandamiddelen (wet van 19-5-1994 (gewest.), art. 5, § 1) (wet van 4-7-1989, art. 5, § 1) (wet van 19-5-1994 (Eur.), art. 5, § 1) :
  1. commerciële reclameborden of affiches;
  2. niet-commerciële reclameborden of affiches groter dan 4 m²;
  3. gadgets verkopen 2 of gadgets of geschenken uitdelen, tenzij aan de kandidaten en de personen die (volgens art. 4, § 3, 1°) onbezoldigd verkiezingspropaganda voeren.
  4. commerciële telefooncampagnes;
  5. commerciële reclamespots op radio, televisie en in bioscopen.
Moyens de propagande interdits (loi du 19-5-1994 (rég.), art. 5, § 1er) (loi du 4-7-1989, art. 5, § 1er) (loi du 19-5-1994 (Eur.), art. 5, § 1er) :
  1. panneaux ou affiches publicitaires commerciaux;
  2. panneaux ou affiches publicitaires non commerciaux d’une surface de plus de 4 m²;
  3. vendre des gadgets 3 ou distribuer des cadeaux ou gadgets, sauf aux candidats et aux personnes qui (selon art. 4, § 3, 1°) font de la propagande électorale non rémunérée.
  4. campagne commerciale par téléphone;
  5. spots publicitaires à caractère commercial à la radio, à la télévision et dans les salles de cinéma.
Notes
1.
Woorden in sper- (maar niet in sperma-) zijn familie met versperren, afsluiten, maar hier meer in de zin van afbakening (van iets te reglementeren).
2.
Onder gadgets worden verstaan alle voorwerpen (uitgezonderd drukwerk op papier of op enige andere informatiedrager met een uitsluitend opiniërende of illustrerende politieke boodschap) die als souvenir, accessoire, snuisterij of gebruiksvoorwerp worden gebruikt, en waarvan diegene die het uitdeelt hoopt dat degene die het ontvangt het zal aanwenden voor het normale gebruik waarvoor het is bestemd en bij die gelegenheid telkens opnieuw de boodschap zal zien die op het voorwerp is aangebracht (wet van 4-7-1989, art. 5, § 1, 3o).
3.
Par gadgets, l’on entend tous les objets (à l’exception des imprimés sur papier ou sur tout autre support d’information véhiculant un message politique comportant uniquement des opinions ou des illustrations) qui sont utilisés comme souvenirs, accessoires, colifichets ou objets usuels et dont la personne qui les distribue espère que la personne qui les reçoit les affectera ultérieurement à l’usage auquel ils sont normalement destinés et qu’à cette occasion, l’utilisateur apercevra à chaque fois le message figurant sur l’objet (loi du 4-7-1989, art. 5, § 1er, 3o).
Dominique Meeùs. Date: 2014-2016